29 april 2006 Dopeling
De Amerikaanse baptistenvoorganger Chadd Pendergraft houdt een bekeerling ten doop. Zijn gemeente, in een dorpje op het platteland van de staat Missouri, groeit snel. Uit cijfers van de Southern Baptist Convention, de grootste kerk van de VS, blijkt dat vooral op het platteland zowel het aantal bekeerlingen als kerkbezoek groeit. bron: ND
28 april 2006 Baptistendominee krijgt onderscheiding in de Orde van Oranje Nassau
Ds. A.J.H. van der Beek (67 jaar, Apeldoorn, Lid O-N) was tot 2003 als algemeen secretaris/directeur werkzaam voor de Stichting Leprazending Nederland. Hij vervulde deze functie als predikant in bijzondere dienst van de Baptistengemeente Apeldoorn. Met name door de heer Van der Beek werd de steun vanuit de kerken voor de bestrijding van lepra en de gevolgen van deze ziekte aanmerkelijk groter en kon de organisatie een stevige basis krijgen. Van ca. 1985 tot 2005 was de heer Van der Beek bestuurslid van de Nederlandse Zendingsraad. De NZR is een landelijk overleg- en samenwerkingsplatform van ongeveer 20 oud-katholieke en protestante kerken en missionaire organisaties. bron: Nieuwsbank
27 april 2006 Bethel trekt teleurgestelde gelovigen
De Vrije baptistengemeente Bethel in Drachten is vooral aantrekkelijk is voor mensen die teleurgesteld zijn geraakt in andere kerken. Dat is een constatering van journalist Gerko Last die een 160 pagina dik boek schreef over de snel groeiende gemeenschap. Vele gelovigen laten zelfs hun eigen kerk in de steek. In Drachten is de teloorgang het grootste bij de Gereformeerde Kerk. In het boek "Orlando Bottenbley en de wijde poorten van de Bethel" zoekt schrijver Gerko naar verklaringen voor de groei. Hij wijst succesfactoren aan, maar staat ook stil bij de negatieve kanten aan de groei. Uiteraard staat de in 1951 in Paramaribo geboren voorganger Bottenbley centraal. Hij begon in Drachten met een op sterven na dode kerkgemeenschap van zestig gemeenteleden. Met moderne technieken en goede 'marketing' werd het aantal leden groter en uiteindelijk werd na een grote verbouwing gekozen voor een bijzondere locatie: een verbouwde loods op industrieterrein De Haven in Drachten. De diensten worden massaal bezocht en de leden vinden het persoonlijk contact met geloofsgenoten vooral in kleine huiskringen. Dat is hard nodig, zo blijkt uit een enquête die Gerko Last onder 300 kerkleden hield. In de massaliteit van de grote kerkloods dreigt de anonimiteit. Sommige kritische kerkgangers vinden het te druk en te groot worden, en er gaat in de communicatie nogal eens iets mis. Het boek van Gerko Last is vanaf 2 mei te verkrijgen via de boekhandel. Bethelgangers krijgen twee euro korting. bron: WaldNet
20.4.2006 Gert Meier 40 jaar organist in kerk van baptisten
VROOMSHOOP - Tijdens de jaarvergadering van de baptistengemeente verscheen opeens W. Blokland, loco-burgemeester van de gemeente Twenterand, in de kerkzaal aan de Wingerd. Met een verasssing. Blokland had een Koninklijke Onderscheiding bij zich voor Gert Meier die al veertig jaar het orgel bespeeld. De bescheiden Vroomshoper was even perplex, maar hij moest er toch aan geloven. Een spontaan applaus van de aanwezigen onderstreepte de waardering voor dit nieuwe lid in de Orde van Oranje Nassau. Toen ik 25 jaar organist was, kreeg ik een attentie en ik wist dat ik in januari 2006 veertig jaar organist was. Ach, ik merkte er verder niets van en ik vond het wel goed zo. Tijdens het uitreiken van de onderscheiding werd ook m'n jarenlange werk als penningmeester genoemd. Ach, hoe gaat zoiets, je rolt erin en vanuit m'n werk bij accountants- en belastingadviseurs ben ik gewend om met cijfers om te gaan', zegt de 53-jarige. Vanaf z'n zevende levensjaar speelt Meijer orgel en dat heeft te maken met de emigratie van zijn oma en twee ooms en twee tantes naar Australië. Het harmonium bleef in Nederland achter en voor het eerst werden de toetsen door de nog jonge muzikale kleinzoon beroerd. Orgelles werd door Gert Meier gevolgd in de bovenzaal van het toenmalige verenigingsgebouw Irene aan de Julianastraat. In goed Vroomshoops: op 't orgel in 't Irene. Dat was een ouderwets traporgel, net zo'n type als het harmonium van oma.' Gert maakte goede vorderingen en hij had ook nog anderhalf jaar les op het fameuze van Dam-orgel van de Hervormde kerk. Toen de vorige organist Arend Kroeze door z'n werk als koster stopte, werd de inmiddels twaalfjarige Gert Meier gevraagd hem op te volgen. Het electronisch orgel bleek aan hem welbesteed. 'Op een electronisch orgel speel ik het liefst, omdat ik vind dat beter past bij onze samenzang dan een groot kerkorgel. Dit orgel past ook mooi bij de liederen uit de opwekkingsbundel en uit de bundel liederen voor de gemeentezang. Ja, inderdaad, de baptisten mogen graag zingen. Zelf speel ik zonder franje met ook een kort voor- en naspel. Tijdens het spelen van het lied wissel ik wel eens af om eentonigheid te voorkomen. Wat dat betreft ben ik blij met het nieuwe elektronisch Content-orgel in ons baptistencentrum, dat ik ruim drie jaar bespeel. Daar kun je de registers open trekken met tonen van trompetten, fluiten, klarinet en als het moet een heel orkest', zegt de koninklijke organist. Ook psalmen worden gespeeld en het aloude 'Prijst den Heer met blijde galmen' lijkt heel goed bij de opgewekte samenzang te passen. Een bekend gezegde geeft treffend weer hoe het werk van de organisten gewaardeerde wordt in de kerkelijke gemeenten: 'Vaak zegt het orgelspel in ritme en akkoord veel meer dan menig stamelend woord.' Gert Meier moet er om glimlachen. 'Daar zit een kern van waarheid in, al mag ik zelf graag naar de kerk gaan en preken beluisteren. Momenteel is mijn collega-organiste Gerdi Makkinga met zwangerschapsverlof, dus ben ik deze periode als vanouds weer organist bij alle erediensten. Op de vrijdagen en zaterdagen bereid ik me voor om zodoende de gemeentezang zo goed mogelijk te begeleiden. Dat doe ik zonder overbodige franje en ik weet van mezelf dat ik geen groot improvisatietalent heb. Wat dat betreft weten de gemeenteleden wat ze aan mij hebben. Je mag op deze wijze dienstbaar zijn aan je opdrachtgever', aldus Meier. Bij hem maakt de toon de muziek en Gert Meier heeft dan ook met plezier de veertig jaar als organist vol gemaakt. Als ik gezond mag blijven ga ik na deze mijlpaal beslist nog jaren door. Dat is het voordeel als je zo jong begint', zegt de kwieke organist. bron: Tubantia
18.04.2006 Baptisten door Schagen buiten de deur gezet
Baptistengemeente De Ark wordt door de gemeente Schagen gesommeerd het pand aan de Lagedijkerweg te verlaten. Voor elke week die zij langer blijven dan eind april, hangt hen een boete van duizend euro boven het hoofd. Daarom wijken ze uit naar Sint Maarten. Joop Stins, oudste van de baptistengemeenschap, heeft geen woorden voor de manier waarop de gemeente de kerkgenootschap in zijn hemd laat staan. Op zondag kerkt de gemeenschap in een loods op industrieterrein Witte Plaal. Maar de gemeente acht dat in strijd met het bestemmingsplan en de bestuursrechter steunt dat. De baptisten zijn nu uitgeweken naar het dorpshuis van Sint Maarten. bron: Noord Hollands Dagblad
15.4.2006 De tijden van een prediker
Volgende week zondag leidt Paul Prijt een televisiekerkdienst. Hij is voorganger in een baptistengemeente in Sittard. Hij is ook directeur van vier meubelzaken in Eindhoven, vader van drie zoons en van Susanne, die vorig jaar stierf door een verkeersongeluk. Hij zit in het bestuur van de Kamer van Koophandel en krijgt mensen mee met tal van initiatieven: hij blies Eindhovens grootste kerstmarkt nieuw leven in, richtte een evangelische basisschool op en is stuwende kracht van de winkeliersvereniging. De man van Psalm 1: alles komt tot bloei? Nee, Paul Prijt kent de meeste tijden van Prediker 3. Een tijd om te lachen Hij zit in een kantoortje in een van de vier meubelzaken: Prijt Klassiek & Meer. In de zaak is het goed toeven. Een zoon en schoondochter wonen erboven met een kleinkind. Paul en Anja Prijt kunnen daar zo naartoe als ze daartoe aandrang voelen. Of ze halen het kind naar beneden om even te knuffelen met dat schijnbaar smetteloze leventje. Zo is er altijd troost voorhanden. Op tafel staat een schaaltje bonbons, gemaakt door de schoondochter, die daarvoor in België een opleiding heeft gevolgd. ,,Ik hou van mooie dingen. Ik geniet van de meubels in mijn winkel, van de vormgeving. Ik vind het leuk af en toe nog zelf wat te verkopen - ik kan het nog! Ik beleef er plezier aan de verkopers aan te sturen en te motiveren. Ik weet dat ik slijtbare dingen verkoop en toch kan ik ervan genieten. De kleuren vind ik prachtig. Mooie dingen zijn van de creatieve Heilige Geest. Ik ben geen somber mens. Ik heb in Sittard een keer mijn personeel in de kerk gehad - met aanhang vijftig man. Ik preekte over Salomo en de tempel, met al die schitterende vormen. Daar kon Jan des Bouvrie niet tegenop.'' Dat personeel wilde graag een uitstapje, maar ja, meubelzaken zijn zes dagen per week open. Toen kwam een van hen met het idee een bus te huren om op zondag iets leuks te gaan doen in de Ardennen. 'Dan gaan we eerst bij jou naar de kerk', zeiden ze tegen Prijt. Na de preek togen Prijt en zijn werknemers naar België. Ze horen hem wel eens vaker. Bijvoorbeeld vorig jaar, toen Prijt de samenkomst leidde voor de begrafenis van zijn dochter. Een tijd om te baren Vijftig jaar geleden is Paul Prijt geboren, in een zakengezin dat vanuit Noord-Nederland in Eindhoven was neergestreken omdat Philips riep. Hij heeft één zus. De bevalling van hun eigen dochter Susanne begon op oudejaarsdag, op de avond waarvan Prijt voorging in de dienst. 'Hoelang duurt het nog?', vroeg hij aan de gynaecoloog. 'Meneer Prijt, dat hebben wij toch niet in de hand, dat moet u weten.' Het werd vier uur 's middags. Hij preekte een paar uur later uit Prediker: het is beter dat je naar een huis vol rouw gaat dan naar een huis vol feestrumoer, want in een huis vol rouw eindigt iedereen. ,,Een maffe tekst, zeker als je dochter net is geboren.'' Een tijd om op te bouwen Pauls overgrootmoeder stond aan de wieg van de meubelzaken. Zij begon een handeltje in manufacturen nadat twijfels rezen of haar man wel altijd bij Philips glasblazer kon blijven. Overgrootvader kerkte bij de Vergadering der Gelovigen. Daar doen ze niet aan ambten en officiële namen. Dus nadat de oude Prijt er geregeld voorging en er een nieuw gebouwtje was betrokken, heette dat het kerkje van Prijt. Paul Prijt groeide op in de meubelzaak en werkte er op zaterdagen en in vakanties. Hij werd geleidelijk steeds meer betrokken bij zakelijke beslissingen, kwam in loondienst en nam tien jaar geleden de zaak over van zijn vader. Meer dan zijn vader stuurt hij aan op afstand. Hij moet wel, hij heeft meer te doen: preken maken, een paar pastorale bezoeken, een alphacursus leiden in Sittard, een school besturen en tot voor kort kinderkampen organiseren. Die school is de evangelische basisschool van Eindhoven, die er is gekomen dankzij stug volhouden van Prijt en enkele medestanders. ,,Ik denk er wel over na of ik met de dingen die ik oppak de weg van de Heer ga, maar als mensen mij vragen of ik mij ergens voor in wil zetten, reageer ik doorgaans primair en ga ik niet eerst bidden. Er waren momenten genoeg om te denken dat het met de oprichting van die basisschool niet zou lukken. Juist toen het onmogelijk leek, opende God deuren. Ik zie het als Gods leiding dat we wilden volhouden.'' Een tijd om te zoeken ,,Ik heb zowel de Bijbel als de balans op mijn bureau liggen. Veel dagen kennen wel iets van persoonlijk bijbellezen en bidden. Het is een worsteling met de tijd en het zou wel wat meer mogen zijn. Ik ben blij dat ik me ambtshalve moet voorbereiden met bijbellezing en gebed: om te preken en om bidstonden, begrafenissen en alphacursussen te leiden. En soms mag ik iets geestelijks zeggen in bijeenkomsten van zakenpartners.'' Hij is het geloof nooit kwijt geweest. Wel had hij het als vijftienjarige gezien bij de Vergadering, waar hij in de gescheiden vakken altijd naast zijn vader zat. Zijn moeder zette hem op het spoor van de baptisten in Eindhoven. Daar was hij meteen welkom als holbewoner in het stuk 'De tijdmachine van professor Knap'. De jeugdleider van toen werd regisseur bij de EO en vroeg Paul Prijt voor een heel andere rol, die hij achttien jaar zou invullen: columns schrijven en uitspreken voor de radio. De nieuwe groep kerkjeugd - met een mooie mengeling van luim, ernst, bijbelstudie en autorally - deed Paul goed. ,,Vrij kort daarop heb ik een bewuste keuze in het geloof gemaakt en me laten dopen.'' Een tijd om te spreken Paul zat op een christelijke lagere school, ,,mede de basis van mijn geloof''. Toen het tijd werd voor de middelbare school oordeelde zijn vader dat hij moest leren wat er in de wereld te koop was. ,,Ik kwam in een totaal ongelovige omgeving. Links-radicale scholieren en kritische docenten. Tegelijk stonden ze open voor het evangelie. Ik heb in Atheneum 5 een spreekbeurt over de Bijbel gehouden en niemand vond dat raar. Ik wilde dat wat me bewoog uitleggen en ging daarom theologie studeren. Aan ons eigen baptistenseminarium en in Utrecht. Ik wilde juist verkeren in een omgeving waar ik kon rekenen op kritische vragen.'' Een tijd om te planten ,,Ik voel me meer evangelist dan predikant. Ik herken me in Samuël die niet doorhad dat God hem riep, ik hou van de bouwprestaties van Salomo, maar voel me verwant met Paulus. Paulus op de Aereopagus - daar ben ik met Susanne geweest. Ik ben graag een eenling in een seculiere omgeving. Ik deel graag het evangelie met mensen die er niet mee zijn opgegroeid. Ik heb heel wat beroepen gehad om ergens dominee te worden van gemeenten die mij dan helemaal voor zich zouden claimen. Maar al tijdens mijn studie ging ik voor bij bruiloften en begrafenissen in Sittard. De oudsten daar doen veel werk in de gemeente en ik kan blijven doen wat ik nu doe: ik woon in Eindhoven en ga in Sittard voor.'' Toch is zijn grootste onzekerheid dat hij nog steeds niet weet wat hij wil worden. ,,Ben ik nu predikant of ondernemer? Veel mensen hebben daarmee moeite. Ik ben ook heel gevoelig voor kritiek, telkens op zoek naar de juiste toon.'' Misschien zit in die kwetsbaarheid iets van klantgerichtheid, oppert hij. ,,Je moet de ander dienend tegemoet treden, pleasen.'' Zijn vrouw denkt dat het zijn bescheidenheid is: hij wil niet op de voorgrond staan, terwijl dat in allerlei rollen wel van hem wordt gevraagd. En hij krijgt mensen mee. Eerst denken ze bij weer een nieuw idee: wat heeft 'ie nu weer? Na een tijdje worden ze toch enthousiast. Voor zo'n televisiedienst komt iedereen in beweging en ze slepen allemaal gasten mee. ,,Eenmaal per jaar organiseren we een grote samenkomst in Heerlen waar veel niet-christenen op afkomen. We zetten dan kwaliteit neer, met koren, iemand die landelijk bekend is en een goede publiciteitscampagne.'' Een tijd om te huilen ,,Een paar jaar geleden kreeg ik een klein hartinfarct. God zet af en toe mensen op hun plaats. We zagen er een reden in om voortaan op maandagen een vrije dag te nemen. Sindsdien hebben we een eindje buiten Eindhoven een huisje op een camping, op dezelfde plek als waar we eens verliefd werden. Daar vonden twee agenten ons op zondagmiddag om te vertellen dat Susanne was omgekomen bij een auto-ongeluk. Een van die agenten wordt vanmiddag, de dag van dit interview, begraven. Hij is vroegtijdig gestorven en kende veel moeiten. Na het overlijden van Susanne is hij nog vaak bij ons geweest. Nieuwsgierig naar wat ons staande hield. Heb ik hem wel kunnen bereiken? Elke week een aantal keren huilen wij omdat we onze dochter missen. Ik ben nog nooit zo verdrietig geweest en heb het gevoel dat ik niet goed op haar heb gepast. Ik had liever een trouwdienst geleid met een van de drie jongens op wie ze verliefd was en tussen wie ze niet kon kiezen. Het verdriet overvalt me telkens, we hadden zo'n sterke band.'' Hét beeld van die zondag is dat van hun zoon, die in de tuin van het weekendhuisje belde naar zijn broers: Ze is écht dóód!. ,,Hij sprong wanhopig op en neer, met aan de lijn broers die dachten dat hij hen voor de gek hield. Het is in ons leven heel overheersend geworden. Een altijd aanwezige ondertoon.'' Het laatste gesprek met Susanne die middag ging over haar nieuwe woning en de inrichting ervan. Oké, zei ze, 'dan doe ik de muren wit, dan kunnen we later altijd nog kijken. En ze stapte in haar auto: Ik bel nog wel. Een tijd om te zwijgen ,,Het is heel moeilijk om met verdrietige mensen mee te lopen. Een paar maanden na haar sterven waren we met enkele predikanten bijeen die zich voorbereidden op een televisiekerkdienst. Bij de kennismaking vertelde ik van Susanne. Het werd muisstil, niemand kon iets uitbrengen. Ten slotte stamelde een van hen: 'tjonge, wat erg, gecondoleerd'. Later kwamen ze wel allemaal naar me toe en tot op vandaag leven mensen mee.'' Zijzelf hebben meer begrip voor het verdriet van anderen gekregen. Wat hebben ze veel laten liggen, realiseren ze zich: verdriet is niet alleen slecht. Ze leggen de hand op de mond als het gaat om de vraag wat God hen wil leren. God gebruikt het sterven van Susanne vast. Maar hoe? ,,Het is echt heel moeilijk hoor.'' ,,Wij hebben mogen ervaren dat God er is. Ik heb geen waaromvragen. Dat is geen vroomheid. Toen ik voor mijn studie psychologisch werd gekeurd, zei die man me dat ik te weinig had meegemaakt. Ik moest leren wat tegenwind was. Dan zou ik als een kikker in de karnemelk trappelen, die dan boter werd en vervolgens kaas, zodat je je vanzelf kon oprichten en gaan staan. Daarmee ben ik het niet eens. Alleen met trappelen blijf je niet boven. God moet je vasthouden.'' Een tijd om te scheuren Al klinkt het gek, Paul Prijt heeft nu ook geen zorgen meer om Susanne. ,,Liever had ik die zorgen wel gehad, maar nu hoef ik niet meer te denken of ze op tijd thuis is, of ze geen verkeerde keuzes zal maken. Zij zat in Zuid-Afrika, op dat moment onwetend van mijn hartinfarct, toen ze het moeilijk had. Ze zou goed werk doen in een township. Na korte tijd keerde ze terug. Ze werd uitgebuit, lastig gevallen door jongens. Er waren er die hiv hadden. Ik had haar moed ingesproken in mailtjes en aangemoedigd om af en toe dat bijbeltje te openen. Ze schreef dat we de allerliefste ouders waren. Nou, dan is er iets fout op die leeftijd. Ze had een neus voor echt en onecht. Mensen die vroom in de kerk zitten, en ondertussen... Ze was teleurgesteld in mensen. Ik herken dat. Ik kan zelfs teleurgesteld zijn in het leven. Alsof je, naarmate je ouder wordt, steeds meer moet onderkennen dat er zoveel kapot is. Als mensen in de gemeente altijd op de rem staan en ervoor kiezen niet meer mee te doen. Ik heb geleerd hen te laten gaan. Zwakken in geloof krijgen van mij alle credits, maar aan mensen die niet meer willen, kan ik mijn energie niet blijven geven. Ik wil opbouwen, maar word verdrietig als een vrouw afgeeft op een jongen uit de gemeente, die buiten staat te roken met een oorbelletje in. Heeft ze al eens gezegd hoe blij ze is dat hij naar de kerk komt? Het zijn de vosjes die de wijngaard bederven. We moeten af en toe op vossenjacht, want het zijn de kleine dingen waarop mensen afknappen. Het echt en onecht dat Susanne waarnam. Het leven zit vol mislukkingen. Die politieman die ik misschien niet heb kunnen bereiken, de eenzaamheid waarmee sommige mensen door het leven gaan. En ook in je persoonlijke leven ontdek je lang verzwegen verdriet. Pingpongballetjes die plots boven komen drijven en waar we lang over doorpraten.'' Een tijd om lief te hebben Natuurlijk houdt Prijt van Anja, de kinderen en kleinkinderen. Maar hij heeft ook zijn medemensen lief, zegt zijn vrouw. Hij is vriendelijk. Als hij sollicitanten moeilijke vragen stelt, levert hij er een antwoord bij om ze te helpen. Toch: ,,Ik probeer mensen naar hun gaven te waarderen. Dat betekent af en toe dat ik afscheid van ze moet nemen, soms tot hun eigen opluchting. Ik wil mensen in hun waarde laten en laten doen waarin ze goed zijn.'' ,,Ik hou van kinderen en van kinderlijk geloof. Mijn opa en oma van moeders kant zijn met hun kinderen tot geloof gekomen nadat een van hun kinderen toen het stierf, vertelde dat ze niet verdrietig hoefden te zijn, ,,want ik zie al engeltjes''. Het meisje had dat vertrouwen gekregen op de zondagsschool. Haar kleine getuigenis was voor haar ouders genoeg om voortaan ook naar de kerk te gaan. Hij gaf jarenlang les aan leerlingen met vmbo-niveau. Een bestuurslid kwam hem tippen dat er een vacature aan het gymnasium aankwam, dan kon hij hogerop. ,,Ik zei: 'dat moet je nog één keer tegen me zeggen, dan heb je echt een probleem'. Kinderen konden mij niet moeilijk genoeg zijn. Die kinderen reageerden leuk: meneer u hebt andere sokken aan; een nieuwe stropdas; gaat u wel eens vreemd? Kinderen in de kerk benaderen mij ook zo: gelooft u het zelf wat u allemaal vertelt over God?'' Hij blijft zichzelf temidden van politici en zakenpartners en houdt van gewone mensen. Een tijd om te helen ,,Mijn gevoel is soms ruimer dan mijn theologie. Ik heb dat gemerkt in conflicten. Juist in de kerk moet je soms pijnlijke keuzes maken die voor mensen ernstige gevolgen hebben. Ik wil voor mensen royaal zijn, zonder de Bijbel te verloochenen en lettend op de pastorale houding van Jezus.'' Baptisten kennen geen kinderdoop. De doop wordt verbonden aan de geloofsbelijdenis. Als Paul Prijt naar een meubelbeurs in Milaan gaat, bezoekt hij daar de Dom. Daaronder bevindt zich een stokoude kerk, met een groot baptisterium. Zie je wel, denkt hij dan, ze weten wel hoe het moet, ze hebben er alleen de verkeerde kerk overheen gebouwd. Toch: ,,Bij de kinderdoop ligt alle accent op de genade en de trouw van God door de geslachten heen. Bij ons is het accent dat je tot geloof bent gekomen. Ik vind dat de waarheid daartussen beweegt, en dan mag van mij de genade vooropgaan.'' Toen Susanne acht jaar was, wilde ze graag gedoopt worden. Haar ouders vonden dat wel jong en lieten het een beetje lopen. Nu zegt haar vader: ,,Ik had toen mijn dochter moeten dopen. Er was geloof, zij het heel kinderlijk. Dat kinderen geheiligd zijn in hun vader en moeder geloof ik ook. Bij het sterven van Susanne was dat mijn troost.'' Ze bleef bij het opgroeien wel naar de kerk gaan, zij het niet altijd. In de jaren voor haar sterven had ze iets zoekends. Prijt kan het niet mooier of minder mooi maken. ,,Op haar begrafenis heb ik gepreekt uit dezelfde tekst als op die oudejaarsdag dat ze geboren is: het is beter dat je naar een huis vol rouw gaat. Ik heb me nog nooit zo vrij gevoeld om te preken. Ik zei tegen alle mensen die er waren - zakenpartners, wethouders, heel veel relaties zonder geloof: laten jullie je tranen de vrije loop, dan kan ik preken. Ik wou dat ik het nooit had hoeven doen, maar ik denk dat dat mijn mooiste preek is geweest. We hebben haar begraven en samen het graf gesloten, haar aan God teruggegeven, dat vind ik mooi. Later sprak ik een gereformeerd domineesechtpaar bij wie we ons vertrouwd voelden. We spraken over begraven en opstaan met Christus. Over het 'watergraf' in onze gemeente waarin mensen worden ondergedompeld. Toen zei die vrouw: 'heb je het gevoel dat je haar een beetje hebt gedoopt door haar zo te begraven?' Ik antwoordde: 'theologisch klopt er geen hout van en als baptist mag ik het niet zeggen, maar het is wel een beetje zo geweest.' Mijn gevoel is breder dan mijn theologie. Maar je moet wel altijd beginnen bij de theologie, anders houd je niets over. Ik moet het aan God overlaten.'' Zaterdag 22 april is Paul Prijt te zien in Alom klinkt het woord. ZvK, Ned. 1, 12.00u. Een dag later gaat hij voor in een televisiekerkdienst. ZvK, Ned. 1, 11.00 u. bron: ND
14.4.2006 Steeds meer twijfel aan belang Zoenoffer
Niet alleen bij vrijzinnigen, ook bij Bijbelgetrouwe christenen raakt het verzoenend lijden en sterven van de Here Jezus steeds meer op de achtergrond. De Amerikaanse baptistenpredikant Mark Dever uit Washington stelt dit in het meinummer van het Amerikaanse christelijke magazine Christianity Today. In het artikel schrijft ds. Dever dat hij verbijsterd was toen een belijdend christen hem zei dat hij te veel gericht zou zijn op het verzoenend lijden en sterven van Christus. Volgens de predikant is het niet voor niets dat het kruis het symbool is geworden voor het wereldwijde christendom. "Door het priesterlijk werk van Christus onderscheidt het christendom zich van het jodendom en van de islam." In zijn artikel maakt hij duidelijk dat het leerstuk van het verzoenend lijden en sterven van Christus al veel langer onder vuur ligt. In de loop der jaren zijn er theologen geweest die de kruisdood van Jezus irrelevant noemden, te gewelddadig of te individualistisch. Vooral het punt van de gewelddadigheid is volgens ds. Dever het belangrijkste kritiekpunt geworden bij een steeds groter wordend koor critici. De Rooms-Katholieke Kerk heeft over dit laatste kritiekpunt -namelijk dat de kruisdood van Christus gewelddadigheid zou aanwakkeren- al zo'n dertig jaar gediscussieerd. "Maar pas recent is deze zaak ook doorgedrongen tot kringen van Bijbelgetrouwe christenen", meent ds. Dever. Volgens hem nemen de laatste tijd ook evangelicale christenen boeken van Anthony Bartlett, J. Denny Weaver, Steve Chalke en Alan Mann ter hand. Boeken waarin de schrijvers zich keren tegen een taalgebruik waarin het plaatsvervangend lijden en sterven van Christus een belangrijke plaats inneemt. Sommigen van deze auteurs beweren dat het spreken over verzoening door voldoening op z'n slechtst een rechtvaardiging van geweld biedt en bovendien zou het individueel gebruik van geweld hebben aangemoedigd. Ds. Dever schrijft het niet te kunnen begrijpen hoe deze theologen kunnen stellen dat het spreken over het plaatsvervangend lijden en sterven van Christus niet Bijbels is. Volgens hem staan de evangeliën en de brieven van de apostelen vol met verwijzingen naar de offerdood van Christus. De predikant roept ertoe op om in plaats van kritiek te leveren op het leerstuk van het plaatsvervangend lijden en sterven van de Heere Jezus, de Heere te loven voor dit "bijna ongelooflijke Offer." bron: RD
12.04.2006 Baptistenseminarium verbreedt zich
Behalve voorgangers opleiden ook gemeenten begeleiden BOSCH EN DUIN - Het seminarium van de Unie van Baptistengemeenten in Bosch en Duin wil in de toekomst niet alleen voorgangers opleiden, maar ook gemeenten begeleiden in bijvoorbeeld huwelijkspastoraat, diaconaat of gemeentestichting. Dat staat in een koersbepalende notitie van het seminarium om in de toekomst als kennis-, vormings- en opleidingscentrum te gaan fungeren. De notitie spreekt zelf van een ambitieus en toekomstgericht plan. Op basis van de notitie is de opleiding op zoek naar een nieuwe rector en naar enkele docenten, deels in een vast en deels in een los dienstverband. Zo wordt gezocht naar docenten in de systematische theologie, in de geschiedenis van baptisme, puritanisme en verwante evangelische stromingen in Nederland en daarbuiten, en in de praktische theologie. Ook wordt gezocht naar praktijkbegeleiders voor studenten en naar een theoloog die pas afgestudeerde voorgangers wil gaan begeleiden. Toerusting Volgens het seminarium zijn er verschillende redenen om niet alleen een theologische opleiding centraal te stellen. Door de bredere benadering worden er "taken opgepakt die nu te veel blijven liggen, zoals toerusting van gemeenten en specifieke kennisontwikkeling". Een ander voordeel is dat er "een sterkere band tussen het seminarium en de gemeenten ontstaat, door de geleverde diensten en door de inzet van vrijwilligers". Als voorbeeld noemt de notitie een inmiddels voor de gemeenten ontwikkelde cursus huwelijkspastoraat. Hoewel de plannen zich allereerst richten op eigen baptistengemeenten en voorgangers, wil het seminarium zich ook bij andere evangelische groepen en gemeenten in de kijker spelen. Interim-rector drs. J.G. Brongers vermoedt dat er een bredere belangstelling bestaat voor het seminarium, mede op basis van contacten die de opleiding heeft met de Evangelische Theologische Hogeschool in Ede. "Maar er is geen stevig marktonderzoek naar gedaan", aldus Brongers. "De opleiding staat of valt er ook niet mee." In de koersnotitie wordt verwezen naar de visie van docent prof. dr. Olof de Vries, die oordeelt dat de Unie van Baptistengemeenten als kerkgenootschap haar tijd heeft gehad; nu is het zaak een 'eigen plek' te zoeken in de brede delta van de evangelische beweging in Nederland. Hij analyseert dat de 'klepel van de baptistenklok' door de tijd heen steeds heen en weer zwaait tussen de eigen kerk en een bredere beweging. Nu de baptisten weer neigen naar 'beweging' - de evangelische beweging welteverstaan - is het volgens hem belangrijk dat extra aandacht wordt geschonken aan datgene wat het baptisme een eigen plek binnen de evangelische stroom geeft: de overtuiging dat de christelijke gemeente een zichtbare, tastbare gemeenschap is van gelovigen. Hoop Verder signaleert de notitie dat ondanks een krimpend aantal uniebaptisten er tekenen van hoop zijn. "Een (nog klein) aantal gemeenten neemt in aantal leden weer toe, waarbij een brug geslagen is naar de jeugd, buiten of 'anders kerkelijken'. Veel gemeenten zijn bezig hun visie, missie en centrale waarden opnieuw te formuleren of hebben dat al gedaan." Ook wordt meer aandacht voor diaconaat gesignaleerd. Het baptistenseminarium biedt op dit moment drie leerwegen aan, in deeltijd, op hbo-niveau en in combinatie met een academische studie theologie aan de Universiteit Utrecht. Aan het seminarium studeren zo'n 25 studenten. De Unie van Baptistengemeenten telt ruim tachtig gemeenten en ruim elfduizend belijdende (dus volwassen, gedoopte) leden. De nieuwe docenten worden uiterlijk in mei benoemd. bron: ND
3.4.2006 UNIE V. BAPTISTEN GEM. INTREDE UTRECHT-CENTRUM - zondag 9 april - 10.00 uur (Silo Gemeente): bevestiging en intrede ds. A.j. Noordhoek (deeltijd) uit Utrecht, voorheen predikant met bijzondere opdracht (pastoraat gedetineerden) en bevestiging en intrede kand. mw. W. Bakkes (deeltijd) uit Driebergen. Adres van ds. Noordhoek: Schoolstraat 12, 3581 PT Utrecht. Adres van kand. Bakkes: Hermelijn 33, 3972 TR Driebergen. bron: ND
30.03.2006 Baptist Henk Bakker: Echte gemeentevernieuwing kost veertig jaar
EDE - 'Pittige vragen aan de evangelische beweging', is het thema van een studiedag waar Henk Bakker overmorgen spreekt. De Edese theoloog heeft er wel een paar, en aan reformatorische kerken trouwens ook. ,,Dé zonde van Nederland is ons opportunisme.'' Sinds dr. Henk Bakker (1960) vorig jaar zijn boek over de vroege kerk publiceerde - Zij hebben lief, maar worden vervolgd - trekt hij regelmatig aandacht. Op spreekbeurten en in interviews herhaalt hij kritische vragen die hij in dat boek stelde aan evangelisch Nederland. Met modellen die in veertig dagen een vernieuwd gemeenteleven beloven, heeft hij niet veel op. Hij mist bij evangelischen veelal diepte en historisch besef; hij ziet te veel hang naar een goed gevoel. Henk Bakker was vijftien jaar predikant van de vrije baptistengemeenten in Drachten (naast de bekende Orlando Bottenbleij) en Katwijk. Nu is hij docent aan de Evangelische Theologische Hogeschool in Ede en het centrum voor evangelische theologie aan de Vrije Universiteit (CERT). De evangelische beweging is voor hem niet alleen 'alles buiten de 'gevestigde kerken'; ze heeft ook daarbinnen veel invloed. . Wat wordt uw pittigste vraag aan de evangelische beweging? ,,Dachten jullie nu echt dat je er bent met een gemeentegroeimodel? Dat dat werkt? Dan onderschat je echt hoe diep de zonde zit. Blijvende geestelijke vernieuwing krijg je niet in een programma van veertig dagen; dat kost veertig jaar. En dat gaat de fundamenten raken, de kerkelijke verdeeldheid, je hele spiritualiteit.'' U vindt dat modellen uit Amerika - Willow Creek, de 40 Doelgerichte Dagen van Rick Warren - te kritiekloos hier worden geïmporteerd. Waarom kan dat niet? Wat is er zo verschillend tussen Amerika en Nederland? ,,In de eerste plaats: de afstanden zijn daar veel groter. Een gemeente die snel groeit, zuigt hier veel mensen weg uit omliggende kerken. Dat probleem heb je in Amerika niet zo. Bij ons zit alles veel dichter op elkaar. Verder: Amerikanen geven veel meer. Een gemeente van duizend mensen onderhoudt daar rustig drie fulltimers. En die zijn dan ook in hun taken veel meer gespecialiseerd. Nederlandse kerken werken veelal nog met de duizendpoot, de dominee die alles moet kunnen en die bij iedereen thuis moet komen als er wat is. En in de derde plaats: Nederland kijkt anders tegen leiders aan. Een megakerk kun je alleen managen door de baas te zijn. Orlando Bottenbleij heeft daar het charisma voor, maar dat is echt heel uniek. In Nederland moet je eindeloos vergaderen, iedereen discussieert mee en men twijfelt gauw aan je.'' Naar de gemeente van Bottenbleij wordt veel gekeken. Kan dat een voorbeeld zijn, hoe het wel moet? ,,Nee, daarvoor is ze te uniek. Als je gemeente eenmaal zo groot is, blijf je ook groeien. Je kunt dan een kwaliteit bieden waar altijd mensen op afkomen. Met drie, drieënhalfduizend kerkgangers gaat het verder vanzelf. Maar het kán dan gebeuren dat de Geest vertrekt en dat de gemeente op geld en op structuren door blijft draaien. Een nieuwe generatie evangelicals in Amerika heeft het niet meer zo op megakerken. Ze grijpt in theologie maar ook in de vormen meer terug op de vroege kerk: kleinere gemeenschappen, meer persoonlijke betrokkenheid, meer liturgie. Meer bewustheid van zonde ook. Gemeenteleven is niet maakbaar. Tegelijk zijn ze ook heel postmodern in het gebruik van moderne technologie, visuele middelen en verhalende preken.'' U zei: echte gemeentevernieuwing raakt je hele spiritualiteit. Hoe? ,,Als we beginnen met een gemeenschappelijk besef dat we de Heer willen dienen. Samen naar God gaan verlangen. Erkennen dat we bedelaars zijn, afhankelijk, verbroken. Dan ga je elkaar niet van alles kwalijk nemen en ruziën over dit of dat. Dan probeer je elkaar te leiden als de lamme en de blinde die je allemaal bent.'' Hoe doelgericht zou u gemeentevernieuwing dan wél aanpakken? ,,Neem eens een heel jaar om met elkaar bij dat verlangen te komen. We zoeken nu vaak onze kracht in een zo breed mogelijk aanbod van gesprekskringen en activiteiten. Maar mensen hebben al zoveel informatie te verwerken. Maak er een vier- of vijfbladig scheermes van, dat integraal over de gemeente heen gaat. Op zondagochtend de kerkdienst, op maandagavond preekbespreking in huiskringen, op donderdag studieavonden. Zo zijn we in Katwijk een heel jaar bezig geweest met de tien geboden, daarna een jaar met gemeente zijn, een jaar met de heilige Geest, een jaar met de 'Ik ben'-woorden van Jezus.'' Dat klinkt alweer behoorlijk activistisch. ,,Je zoekt de diepte. Als je bij je spirituele honger en dorst wilt uitkomen, moet je daar zo'n heel jaar mee bezig zijn. Ik bedoel niet: ga dat doen en dan zul je wat beleven. Of: wij moeten ons openstellen, anders doet God niets. Nee, de genade is vooraf gegeven. Het rijk van God komt. Vanuit die toekomst rekent God ons nu vast dingen toe. Het is goed als een gemeente een spiritualiteit van wachten kent.'' Daarmee bedoelt u ...? ,,Dat je, individueel en als kerk, in een staat van ontvangen komt. Toebereid zijn, je lamp niet uitdoven. Samen bidden, bijbellezen, naar de kerk gaan en luisteren. Ik denk ook dat God dan gaat spreken en gaat geven. Alleen niet altijd wat wij willen. Over God komen we niet alles te weten, maar misschien des temeer over onszelf: de toestand van ons eigen hart en Gods plek bij ons. Of misschien geeft Hij alleen maar méér honger en dorst. Zo kom je wel bij de ziel van je gemeenschap. En dat is nodig. Er is veel verwarring. Alles is in beweging, iedereen is op zoek. Maar we zitten niet zoals Maria aan de voeten van de Heer. We delen, bidden, roepen niet samen. Ik zie het voor geen meter. De kerk in Nederland is zo verbroken en verbrokkeld. De kerkgeschiedenis van de twintigste eeuw ziet bont en blauw.'' U bent behoorlijk kritisch over evangelisch Nederland. Hoe wordt daarop gereageerd? ,,Heel weinig. Wel eens persoonlijk, maar op mijn boek heb ik uit mijn eigen kring nergens een publieke reactie gezien. Misschien heb ik een zenuw geraakt. Maar evangelischen lezen mogelijk ook weinig. Evangelischen zijn vaak opportunistisch. Als iets werkt, dan is het van de Heer. Opportunisme is dé culturele zonde van Nederlanders. Wat ons uitkomt, daar gaan we in mee. Wij zijn niet erg principieel.'' Dus zeggen sommige gereformeerden en reformatorische christenen terecht: evangelische invloeden moeten we maar buiten de deur houden? ,,Nee, ik ben niet tegen verandering. De kerk moet altijd veranderen, zoals de aloude spreuk van de Reformatie zegt: semper reformanda. Je voortdurend bezinnen op de inhoud van je geloof, en in hoeverre vormen en structuren daar ruimte voor geven. Een discussie zoals over de gaven van de Geest moet gevoerd worden. Anders dreig je een generatie te verliezen.'' Hoezo? ,,Jongeren begrijpen niet dat God vandaag niet meer zou spreken. Paulus zegt ook: veracht de profetie niet. Dat is dus een groot gevaar voor de kerk. Maar profetie moet wel getoetst worden. Weinig van wat ik door de jaren als profetie heb gehoord, kan de toets doorstaan. Ik maak het ook van studenten mee, dat ze tegen me zeggen: ik heb een woord van God voor u. Of dat ze menen dat ze niet meer om vergeving hoeven te bidden. Er is behoefte aan kaders. Maar we moeten geen njet zeggen tegen openheid.'' Ontspoort evangelische of charismatische vernieuwing niet per definitie? ,,Het is niet nodig, denk ik. Als we de Schrift maar niet verliezen en verbondenheid met de geschiedenis houden. Anders, ja, dan lopen we achter een canard aan. Elke vernieuwing is onwennig en misschien eng. Het voelt soms als leren fietsen. Het is ook een kwestie van aandurven naar elkaar te luisteren. De stem van God klinkt niet alleen door een microfoon, vanaf de kansel, maar ook in het totale samenzijn van de gemeente. Profeteren is niet zomaar gaan staan in de kerk en wat roepen, maar komt op in een diep geestelijk verstaan van elkaar. Als je met elkaar weet welke kant je op wilt met de gemeente, als je bijbels gericht staat, dan zijn er mensen die uit het historisch afgeronde spreken van God woorden naar voren kunnen halen die op dat moment het antwoord zijn. Ook persoonlijk, woorden die je hele leven verder met je meegaan. Tegelijk zijn profeten wel de schrik van rondom. Het is de kerk die profeten stenigt.'' Bron: ND
29.03.2006 Baptistenmilitair opnieuw mishandeld
NAGORNO-KARABACH - De militair Gagik Mirsojan uit de etnisch Armeense enclave Nagorno-Karabach, die sinds vorig jaar zomer gevangenzit vanwege zijn christelijk getuigenis en zijn weigering de militaire eed af te leggen, is opnieuw ernstig mishandeld. Dit meldt Stichting Friedensstimme. De gevangenisdirectie bleek Mirsojan te hebben verzocht mee te werken aan het verraden van gevangenen. Toen hij hier niet mee instemde, werd hij geslagen en vervolgens half ontkleed tien dagen lang in een koude isoleercel gezet. Toen zijn moeder hem op 13 maart bezocht, droeg hij onmiskenbaar de sporen van geweld. Zijn gezicht, armen en benen waren gezwollen en zaten vol blauwe plekken. Schrijven kon Mirsojan niet en iedere stap die hij zette, deed hem pijn. Begin vorig jaar werd de militair ook al ernstig mishandeld. Eerst vanwege zijn overtuiging rond het niet zweren van de militaire eed, later omdat hij christelijke kalenders in zijn bezit had. Mirsojan wordt bedreigd met een tweede gevangenistermijn als hij van zijn overtuigingen geen afstand doet, aldus Friedensstimme. Directeur Rien Uijl, die dinsdag terugkwam uit Moskou, noemt de situatie "zeer ernstig." Zijn organisatie start nog deze week een schrijfactie. bron: RD
22.3.2006 Rumoer in wijk rond plaatsing 'onooglijke' keet
De plaatsing van een grote smurfblauwe keet midden in hun wijk heeft buurtbewoners rond de baptistenkerk in De Maten rood doen aanlopen van woede. Die is niet zozeer gericht op de baptisten, maar op de gemeente omdat zij de vergunning heeft gegeven voor plaatsing van het 'onooglijke geval'. 'Als je een dakkapel wilt plaatsen, krijg je meteen de welstandscommissie op je dak, maar dit soort dingen mag zomaar neergezet worden.' Henk Boom kan zich er behoorlijk over opwinden. Vanuit zijn woning aan de Concertlaan heeft hij een mooi uitzicht over zijn wijk. Of liever: had, want sinds maandag is het uitzicht verpest door een blauwe keet op het terrein van de baptistengemeente. Die moet als noodgebouw functioneren voor de groeiende kerk. Als ze dan nog een fatsoenlijk gebouwtje hadden neergezet, maar dit slaat nergens op. Ik woon hier nog maar net, maar het vooruitzicht dat ik hier vijf jaar tegenaan moet kijken, stemt me niet vrolijk. bron: De Stentor Vervolg
22.3.2006 Blauwe oude keet verfoeid door buurt
Buurvrouw Henriëtte IJben denkt er precies zo over. Sinds de keet er maandag geplaatst is, zit ze 's morgens chagrijnig aan de keukentafel. De buurtbewoners rond de baptistenkerk in De Maten zijn kwaad over de plaatsing van een in hun ogen foeilelijk noodgebouwtje bij de kerk. Ze vrezen zelfs dat de waarde van hun huizen er door zal dalen. Elke keer als ik naar buiten kijk zie ik dat ding weer.' Haar man heeft enkele maanden geleden een bezwaarschrift naar de gemeente gestuurd, ondertekend door enkele tientallen buurtbewoners. Zonder resultaat, want de gemeente gaf toch de vergunning voor een noodvoorziening voor vijf jaar. Ze begrijpt er niets van. 'Dit is een geweldig mooie, moderne wijk en dan geeft de gemeente toestemming om zoiets onooglijks neer te zetten. De baptisten gebruiken 'm alleen op zondag, maar wij moeten er de hele week tegen aan kijken.' Bij Jolette van Dijk, wonend op de hoek van hetzelfde blok, slaan de vonken zowat uit haar ogen. 'Ik heb gisteren boos de gemeente gebeld', zegt ze. 'En de wethouder wil ik ook nog aan de tand voelen. Er is volgens mij gewoon toestemming verleend, zonder dat de ambtenaren wisten wat er precies neergezet zou worden.' De baptistengemeente zelf zit een beetje in haar maag met de heibel om het noodgebouwtje. 'Ik heb de keet gisteren zelf gezien nu ziet het er inderdaad nog niet uit', zegt Jan Nap, voorzitter van de kerkenraad. 'We zullen er alles aan doen om de overlast te beperken. De keet moet nog geschilderd worden en we willen de beplanting zo aanpassen dat er zo weinig mogelijk te zien is.' Volgens hem is het bijgebouw hard nodig voor de sterk groeiende gemeente. 'Er komen vooral veel jonge gezinnen met kinderen bij. Bij ons worden ook de jongste kinderen zoveel mogelijk betrokken bij de dienst. In het begin doen ze altijd mee met de 'gewone' dienst en vervolgens gaan ze naar het bijgebouw, die dan dient als een soort zondagsschool. Vandaar dat het lastig is om ze elders onder te brengen, zoals de buurtbewoners voorstelden.' Hij hoopt dat de relatie met de buurt hierdoor niet onder druk komt te staan. 'Als het allemaal achter de rug is, moeten we nog maar eens bij elkaar komen om de kou uit de lucht te halen. bron: De Stentor
Ein Wissenschaftler untersucht das baptistische Gemeindewachstum in Kroatien Raus aus der Sektenecke
In der Region Banovina in Kroatien - etwa 60 Kilometer südlich von Agram an der Grenze zu Bosnien-Herzegowina - haben die dortigen Baptistengemeinden nach dem Jugoslawienkrieg ein erstaunliches Wachstum erlebt. Wahrend die Bevölkerung nach Ende des Krieges 1995 auf die Hälfte - rund 40 000 Einwohner - gesunken ist, stieg die Zahl der Baptisten in den zehn Jahren von 1991 bis 2001 von 136 auf 171 (ein Plus von 26 Prozent). Rechnet man die in der Nahe liegende Stadt Sisak hinzu, fällt das Gemeindewachstum noch deutlicher aus. 1991 gab es in der Region danach 179 Baptisten, im Jahr 2001 waren es 274 - ein Wachstum von 53 Prozent. Auch der gesamte kroatische Baptistenbund ist in dem Zeitraum von 1 141 auf 1 981 Mitglieder gewachsen. Der deutsche Wissenschaftler Prof. Dr. Reinhard Henkel (Heidelberg/Agram) hat zusammen mit seiner Kollegin Dr. Laura Sakaja die Gründe für die Entwicklung der Baptisten in der Banovina untersucht. Klaus Rösler hat die Studie gelesen. Drei Gründe hat Prof. Dr. Henkel, der Baptist ist, für das Wachstum der Gemeinden ausgemacht. Obwohl die Gemeinden zum kroatischen Baptistenbund gehören, erreichen sie in dieser Region vor allem Serben oder Paare aus gemischten, also serbisch-kroatischen Ehen. Die Gemeinden bilden für sie eine Nische, wo sie weitgehend unbehelligt leben können. "Was hast du im Krieg gemacht?" Diese Frage wird hier nicht gestellt. Auch viele ehemalige Kommunisten haben zum Glauben gefunden und sich den Gemeinden angeschlossen. Kroatien ist traditionell katholisch geprägt. 88 Prozent der 4,4 Millionen Einwohner sind Katholiken. Für einen Serben ist es undenkbar, Katholik zu werden. Die Volkszugehörigkeit auf dem Balkan wird häufig mit der Religionszugehörigkeit gleichgesetzt. Kroaten sind katholisch, Serben orthodox. Doch in der Banovina war die serbisch-orthodoxe Kirche wahrend der gesamten kommunistischen Ära kaum präsent. Viele im Zweiten Weltkrieg zerstörten Gotteshäuser sind nie wieder aufgebaut worden (Foto auf der Titelseite). Die Kommunisten waren Atheisten. Dabei trug der Kommunismus selbst durchaus pseudoreligiöse Züge. Als Jugoslawien zerbrach, zerbrach bei vielen Einwohner auch der Glaube an den Kommunismus - und hinterließ ein spirituelles Loch. Manche Kommunisten fanden bei den Baptisten ihren Platz. Hinzu kam, daß die Baptisten in der Region bereits eine eigene, wenn auch kurze Geschichte vorweisen konnten. Nicht zuletzt trugen die vielfältigen humanitären Hilfsmaßnahmen dazu bei, die Baptisten aus der "Sektenecke" heraus zuführen and für breite Bevölkerungsschichten ,sichtbar" zu coachen. Der Jugoslawienkrieg hat diese Region stark verändert. 1991 gab es eine- Volkszählung zufolge in der Region 191 Siedlungen mit jeweils 100 his 500 Einwohnern. 55 Orte waren rein kroatisch geprägt, 136 rein serbisch. Nur in 20 Orten hatten sich beide Bevölkerungsgruppen gemischt. Ingesamt lebten 73 100 Einwohner in der Region, 58 Prozent waren Serben, 34 Prozent Kroaten, die übrigen Tschechen, Ungarn, Polen and andere Minderheiten wie Österreicher. Als sich Kroatien 1991 für unabhängig von Jugoslawien erklärte, besetzten serbische Milizen die Region. Daraufhin flohen fast alle Kroaten. Im August 1995 eroberte das kroatische Militär das Gebiet zurück. Die Folge war eine erneute Flüchtlingswelle - in die Gegenrichtung. Viele Serben flohen nach Serbien oder Bosnien Herzegowina und viele Kroaten kehrten in ihre früheren Siedlungen zurück. Insgesamt hat sich durch den Krieg die Bevölkerung aber fast halbiert- auf 39 000 Einwohner. Die ethnische Zusammensetzung wurde auf den Kopf gestellt: Nun stellen die Kroaten mit 72 Prozent die Mehrheit, nur 23 Prozent sind noch Serben. In der Region gibt es zehn Baptistengemeinden und zwei Missionsstationen. 57 Prozent aller Mitglieder sind Serben. Die Missionsstationen und drei Gemeinden sind nach 1990 entstanden. Um das Interesse der Serben an den Baptistengemeinden verstehen zu können, ist auch die junge Geschichte der baptistischen Bewegung wichtig. Sic klingt eng zusammen mit einem Mann: Jovo Jekic (1892-1998), dem Begründer der Gemeinden in der Banovina. Nach einem sechsjährigen Aufenthalt als Automechaniker bei Ford in Detroit in den USA war er 1919 als 26-Jähriger in sein Heimatdorf zurückgekehrt. In den USA war er Baptist geworden and warb nun auch kräftig für seinen Glauben. Er war ein geschätzter und bekannter Prediger. Von Anfang an setzten sich die von ihm gegründeten Gemeinden aus unterschiedlichen Nationalitäten zusammen. Und um seine Person rankten sich einige Mythen. Im Zweiten Weltkrieg 1941 hat er in seinem Heimatort Grabovac ein Massaker kroatischer Nationalisten an den Serben überlebt, dem insgesamt 1 200 Menschen zum Opfer gefallen waren. Zwei der Täter erkannten den Baptistenpastor and sonderten ihn aus, bevor sic die anderen Menschen erschossen. Auch als die so genannten UstashaKämpfer ein Jahr später erneut den Ort überfielen and viele Häuser von Serben anzündeten, verschonten sic das Haus von Jekic. Seitdem galten die Baptistengemeinden für viele Serben als sicherer Ort vor kroatischen Übergriffen. Als die Kunde von dieser Bewahrung in der Region die Runde machte, kam es sogar zu Massenbekehrungen and Taufen in der Region. Es war jedoch nur cm kurzes missionarisches Strohfeuer and blieb ohne dauerhafte Folgen auf die Entwicklung der Gemeinden. Doch 54 Jahre später, als die kroatische Armee erneut in die Region einrückte, erinnerten sich manche älteren Einwohner an diese Erzählungen and schloßen sich sicherheitshalber den Baptisten an. So wundert es auch nicht, daß die Baptistengemeinden in der Region viele ältere Mitglieder haben. Bei seinen Umfragen ist Prof. Henkel ein weiteres Phänomen begegnet, weshalb gerade die Baptistengemeinden für viele Serben attraktiv sind. Dies ist nämlich der Verzicht auf religiöse Symbole. Baptisten tragen weder Kreuze noch Rosenkranze. Da Serben und Kroaten sich von der Sprache her kaum unterscheiden, entschieden im Krieg diese religiösen Zeichen häufig über Leben and Tod. Der "Andere" konnte anhand dieser Zeichen identifiziert werden. Dein allgemeinen Empfinden kam es nun sehr entgegen, daß es diese Zeichen, Heiligenbilder oder Ikonen hei den Baptisten nicht gibt. Nach dem Krieg haben die Baptistengemeinden, unterstützt von den Baptisten in aller Welt, der Bevölkerung humanitäre Hilfe geleistet gemeinsam mit dem Internationalen Roten Kreuz and der katholischen Caritas. Als die Stromversorgung total zusammengebrochen war, sind die Gemeindernietglieder von Haus zu Haus gegangen und haben den Bewohnern Brot, Streichhölzer and Kerzen vorbeigebracht. Später wurden die baptistischen Gemeindehäuser zu Ausgabestellen für Lebensmittelpakete umfunktioniert. Natürlich stießen diese Hilfsaktionen hei den Angehörigen anderer Konfessionen auf scharfe Kritik. Vom "Seelenkauf` war die Rede, vom "Wildere in fremden Herden". Prof. Henkel halt diese Vorwürfe für unberechtigt. Dies zeige ein Blick auf die Statistik. So hat die Gemeinde Glina 56 Mitglieder, obwohl sic mehr als 1 000 Menschen regelmäßig versorgt hat. Sicher hätten einige Interessenten auch mit falschen Erwartungen die Gottesdienste besucht. Doch als sie festgestellt hatten, daß sie keine zusätzliche Nothilfe durch den Kirchgang erhalten hatten, seien sie wieder fortgeblieben. Dennoch hätten gerade die Hilfsgüter mit dazu beigetragen, daß die Baptistengemeinden in der Region einem großen Kreis von Menschen bekannt gemacht wurden. Prof. Henkel: "Das Grundproblem jeder alternativen Kirche ist ihre Unsichtbarkeit." Die Hilfslieferungen seien deshalb auch für die Gemeinden ein Segen gewesen, weil sie nun sichtbar geworden seien. Auch Angebote wie Computerkurse, Sprach- and Musikunterricht hatten zu einer positiven öffentlichen Image beitragen. Das vor dem Krieg häufig anzutreffende Sekten-Image wurde abgelegt. Prof. Henkels wissenschaftliche Untersuchung macht erneut deutlich: Es gibt nicht nur den einen erfolgreichen "Königsweg" beim Bau des Reiches Gottes. In der Banovina war dies ein Dreiklang aus ethnischer Offenheit, Kirchengeschichte und praktischer Hilfe. Andernorts wird es andere Kriterien geben. Doch wer sich für das seelische and physische Wohl anderer Menschen einsetzt, wird merken, daß Gott dieses Tun segnet und Menschen auch zum Glauben an Jesus Christus finden. bron: Die Gemeinde
21.3.2006 Baptisten Kazachstan treden uit wereldbond
WASHINGTON - Baptisten in Centraal-Azië zijn ontevreden over de koers van de Baptistische Wereldbond (BWA). Zij nemen onder meer aanstoot aan de charismatische invloeden en de openstelling van het ambt van voorganger voor vrouwen in sommige aangesloten baptistenbonden. Inmiddels is de Bond van Kazachstan uit zowel de BWA als de Europese Baptistische Federatie (EBF) gestapt, zo meldt de Duitse protestantse nieuwsdienst Idea. De Kazachse bond, waarbij 289 baptistengemeenten met meer dan 10.000 leden zijn aangesloten, voert hiervoor volgens de BWA dezelfde reden aan als eerder de 16 miljoen leden tellende Bond van Zuidelijke Baptisten in de Verenigde Staten. Deze verliet de BWA in 2004. De algemeen secretaris van de Europese Baptistische Federatie, Tony Peck uit Praag, merkte tegenover Idea op dat de Bond van Kazachstan ook bezorgd is over de wijze waarop de EBF omgaat met het leerstuk van de heiligmaking "en over het feit dat zonde naar haar mening niet ernstig genoeg wordt genomen." Volgens Peck is de kritiek in februari met de Kazachse baptisten besproken. Zij waren er echter, zei hij, niet van te overtuigen dat het niet tot de taken van de wereldbond behoort de geloofsprincipes binnen de afzonderlijke bonden vast te leggen. Peck en Denton Lotz, de algemeen secretaris van de BWA, wezen er daarnaast op dat de baptisten in Kirgizistan vergelijkbare bedenkingen hebben tegen de koers van de BWA en EBF, maar dat zij die toch niet verlaten. Tot de BWA behoren 214 baptistenbonden met 32 miljoen gedoopte leden; tot de EBF 50 bonden met 800.000 leden. bron: RD
03.2006 Wiederkehr eines Tabus: Der Streit um sexuelle Aufklärung in den USA Baptist Shelby Knox klärt Schüler auf
An vielen amerikanischen Schulen gibt es keinen Sexualkundeunterricht, so auch in der texanischen Stadt Lubbock. Kein Sex vor der Ehe und daher auch kein Wissen über Sex, so die herrschende Meinung. Für konservative Christen ist Sex vor der Ehe verboten, und daher sollen Jugendliche auch nichts über Sexualität und Fortpflanzung wissen. Als Folge davon weist Lubbock die höchste Zahl ungewollter Teenager-Schwangerschaften und ein Ansteigen von sexuell übertragbaren Krankheiten auf. Das "Sexualkunde-Girl" Shelby Knox engagiert sich gemeinsam mit anderen Jugendlichen für die Verbesserung der Sexualaufklärung an ihrer und an anderen High Schools. Für diese "kreuz&quer"-Dokumentation haben Marion Lipschutz und Rose Rosenblatt die junge Christin Shelby Knox drei Jahre lang auf ihrer Kampagne gegen Prüderie begleitet. Obwohl sich Shelby Knox die eigene Jungfräulichkeit bis zur Ehe bewahren will, hört sie nicht auf, unbequeme Fragen zu stellen, mit denen sie schließlich die ganze Stadt polarisiert. Die örtlichen Medien bezeichnen sie als "Sexualkunde-Girl", aber sie selbst sieht sich als Aktivistin, das Beharren auf Aufklärung sieht sie als ihre Mission. Gegen Vater und Kirche Ihr Weg ist nicht leicht, denn zwei ihrer wichtigsten Vorbilder haben völlig andere Wertvorstellungen als sie: ihr Vater, der die ultrakonservative Linie republikanischer Baptisten in den Südstaaten vertritt, und ein Seelsorger der Aktion "Wahre Liebe wartet" - einer nationalen Bewegung mit dem Ziel, junge Leute bis zu ihrer Hochzeitsnacht zu sexueller Enthaltsamkeit zu verpflichten. Die Dokumentation "Wiederkehr eines Tabus: Der Streit um sexuelle Aufklärung in den USA" von Marion Lipschutz und Rose Rosenblatt wurde im Jahr 2005 mit großem Erfolg beim Filmfestival von Sundance in Park City (Utah/USA) vorgestellt. bron: ORF
20.3.2006 Baptisten kerkdienst verstoord in Kazachstan
OERALSK - Politieagenten hebben vorige maand een samenkomst van de Evangelie Christen Baptisten in de stad Oeralsk (Kazachstan) verstoord, door video-opnamen te maken van de aanwezigen. Dit meldt Stichting Friedensstimme, die zich inzet voor christenen in OostEuropa. Sinds vorig jaar de nieuwe godsdienstwet in Kazachstan is aangenomen, ondervinden christelijke gemeenten in toenemende mate hinder van de overheid. bron: ND 13.3.2006
Citaten Rick Warren op koffiebekers
OAKLAND - Starbucks, de populaire keten van koffiewinkels, gaat dit voorjaar citaten van de Amerikaanse predikant Rick Warren op zijn papieren koffiebekers afdrukken. Dit meldt het nieuwsagentschap Knight Ridder. Starbucks is van oorsprong een Amerikaanse onderneming met winkels waar verse koffie gedronken kan worden in allerlei soorten. Inmiddels heeft de keten zich gevestigd in onder meer Zuid-Amerika, Australië en het Verenigd Koninkrijk. Starbucks drukt op zijn koffiebekers al langer meningen, uitspraken of gedachten af van 'prominente' personen. Nadrukelijk vermeldt het bedrijf erbij dat deze citaten niet noodzakelijkerwijs de visie van Starbucks weergeven, maar bedoeld zijn om over na te denken en te praten. In dat kader komt ook de Californische predikant Rick Warren aan het woord. Warren is verbonden aan de megakerk Saddleback Valley Community Church. Hij heeft naam gemaakt met zijn boek The Purpose Driven Life (Doelgericht Leven). Er werden meer dan 20 miljoen exemplaren van verkocht en het boek werd vertaald in 56 talen waaronder het Nederlands. Verschillende Amerikaanse bladen hebben Rick Warren op hun lijstjes van invloedrijkste personen gezet. Inmiddels is Warren actief in Rwanda. Vijftig evangelisten heeft hij er al naartoe gestuurd. De predikant hoopt dat er nog honderden zullen volgen. Rwanda heeft hij uitgekozen als testland voor zijn wereldwijde plan om de spirituele leegte op te vullen. bron: ND
13.3.2006 Baptisten in Steenwijk
De baptistengemeente te Steenwijk is verhuisd. De locatie aan de Oostwijkstraat was niet langer toereikend voor het groeiend aantal kerkgangers. Met ingang van zondag 5 maart kerkt men in het verenigingsgebouw van de gereformeerde kerk vrijgemaakt aan het Schar. De Baptistengemeente te Steenwijk bestaat sinds 1947 en is aangesloten bij de Unie van Baptistengemeenten. bron RD
1.3.2006 Tijdschrift De Christen houdt op te bestaan
BOSCH EN DUIN - Na 120 jaar houdt het blad De Christen, communicatieorgaan van de Unie van Baptistengemeenten in Nederland, op te bestaan. Dat meldt de redactie van het tijdschrift in het laatste nummer. Op de algemene ledenvergadering van 2005 is een plan gepresenteerd voor een nieuw blad. Het nieuwe tijdschrift, baptisten.nl, zal het blad De Christen vervangen. Door de unieraad is besloten om 2006 als proefjaar te gebruiken. Baptisten.nl wordt gedrukt in een oplage van 12.000 stuks en verschijnt vier keer per jaar. Het tijdschrift wordt verspreid onder alle bezoekers van de gemeenten die aangesloten zijn bij de unie. Het eerste nummer verschijnt deze maand. bron: RD
20.1.2006 Bewust kinderloos on-Bijbels" Felle discussie in VS over uitspraken theoloog
LOUISVILLE - "Echtparen die geen kinderen willen, keren zich tegen Gods wil en nemen geen verantwoordelijkheid voor de samenleving." Dat stelt R. Albert Mohler, voorzitter van het Theologisch Seminarium van de Zuidelijke Baptisten in het Amerikaanse Louisville. Mohlers stellingname heeft in de Verenigde Staten geleid tot heftige discussies in de media. De invloedrijke conservatieve theoloog maakte zijn opmerking met het oog op het afnemende geboortecijfer in de VS en de negatieve gevolgen van een slinkende en ouder wordende bevolking. Voor televisiezender CNN zei Mohler onlangs dat ouderschap een deel is van het proces van volwassen worden. "We groeien op om kinderen te krijgen. Zonder deze verantwoordelijkheid blijven we een generatie van ouder wordende adolescenten." Hij benadrukte dat zijn kritiek zich niet richt op ongewild kinderloze echtparen. Volgens de Amerikaanse theoloog laat de Bijbel zien dat echtparen geen eigen keuze mogen maken. "Huwelijk, seksualiteit en kinderen horen bij elkaar. Wie daar iets aan afdoet, wijst Gods scheppingsorde af. Het is een door God gegeven plicht kinderen groot te brengen." Mohler beroept zich onder andere op Psalm 127:3: "Zie, de kinderen zijn een erfdeel des Heeren; des buiks vrucht is een beloning." Een weerwoord kreeg Mohler onder andere van Madelyn Cain, auteur van het boek "The Childless Generation" (De kinderloze generatie). Volgens haar behoort kinderloosheid tot een bepaalde levensstijl. "Het is een grote vooruitgang dat vrouwen zelf kunnen bepalen of ze wel of geen kinderen willen. Ouderschap is geen plicht, maar een optie", aldus Cain. Ook baptistische theologen bekritiseren Mohlers opvattingen. Miguel de la Torre, docent sociale ethiek aan het methodistische Iliff-seminarium in Denver, vindt dat Mohler met zijn uitlatingen elke vorm van geboortebeperking afwijst. Verder zou Mohler de "hegemonie van de blanken" willen versterken. Tot de Bond van Zuidelijke Baptisten, met 16,3 miljoen leden het grootste protestantse kerkgenootschap in de VS, behoren voornamelijk blanke Amerikanen. bron: RD
5.1.2006 Baptistenverbod op tongentaal in VS geeft onrust
DALLAS - Het besluit van de zendingstak van de Southern Baptist Convention, de kerk van de Zuidelijke Baptisten, om geen medewerkers in dienst te nemen die in tongentaal spreken heeft gezorgd voor onrust in het kerkverband. November vorig jaar besloot de International Mission Board (IMB) van het kerkgenootschap met een grote meerderheid geen zendingswerkers meer in dienst te nemen die de tongentaal praktiseren. Het besluit geldt alleen nieuwe sollicitanten. Binnen het bestuur zorgt het besluit voor de nodige onrust. De voorzitter van de IMB, Jerry Rankin, praktiseert al dertig jaar het spreken in tongen. Bestuurslid Tom Hatley signaleert echter het gevaar dat mensen zich beroepen op openbaringen die op gelijke voet zouden staan met de Bijbel, zegt hij in Christianity Today. Ook vinden tegenstanders van het spreken in tongentaal dat de geloofsbelijdenis van de Zuidelijke Baptisten al genoeg waarschuwingen bevat tegen ongewenste charismatische praktijken, zodat een apart verbod op tongentaal onnodig is. bron: RD
Baptisten Groningen maken musical
Zo'n vijftig baptistenjongeren uit Zuidoost-Groningen gaan samen de musical Nicky opvoeren. Het zangspel is geschreven door ds. Johan Scholtens, emerituspredikant van de baptistengemeente in Stadskanaal. Het boek Ik zal nooit meer huilen van Nicky Cruz, bekend uit het boek Het kruis in de asfaltjungle, vormt de basis van het verhaal. Cruz is de hoofdpersoon van de musical. Hij komt via de Newyorkse gangsterbende The Mau Mau terecht in een milieu van drank, drugs en verkrachtingen. Dan komen bendeleden in contact met dominee David Wilkerson. De musical wordt gemaakt voor buitenkerkelijke jongeren, vertelt Scholtens in het blad De Christen. "Het is de bedoeling dat elke christenjongere een of meerdere niet-christelijke vrienden of vriendinnen mee neemt. Hoewel de jongeren inmiddels elke week in Muntendam oefenen, is de première pas in oktober of november 2006. Om de drempel voor niet-kerkelijke te verlagen, zal de musical niet in kerken maar in theaters worden opgevoerd. De organisatie ligt wel in handen van een kerk. Meer info: www.musicalnicky.nl bron: ND
Laatste reacties